Gezellig met z'n allen op het kerkhof, enzo

Het is moeilijk om je voor te stellen dat er hier gisteravond nog draken en krokodillen over straat liepen, dat er een groep heksen op de bus stond te wachten, en dat er in de avondwinkel om de hoek een weerwolf achter de toonbank stond. Er loopt nog wel een hond met een hondenskelet-shirt en zijn baasje nu, maar verder is het stil op straat. Doodstil, zou je kunnen zeggen. Want iedereen zit dit weekend gezellig met zijn allen op het kerkhof om een bezoekje te brengen aan de doden, en de picknickmand gaat mee. 

Ik maak van de rust op straat gebruik om (zo hoop ik) zonder al teveel vertraging naar het noorden te gaan. Mijn vrijwilligersvisum is nog maar een paar dagen geldig, dus ik moet een nieuwe aankomststempel hebben. Colombia is maar vijf uur rijden van Quito en de ongecompliceerde grensovergang is daarmee tien uur dichterbij dan die met Peru, waar je volgens ervaringsdeskundigen juist vaak een hoop gedoe hebt. Het is over het algemeen een relatief veilige zone in het verder nogal grillige grensgebied, en ik ga er voor het gemak maar even vanuit dat de guerillas zoveel doden te betreuren en te bezoeken hebben dat ze daar wel het hele weekend zoet met zullen zijn. 
 
Ik zet het meisje dat naast me in de bus zit per ongeluk “aan” door te vragen of ze ook naar Juncal gaat, en na drie lange uren praten over het kindje van haar zus, de moeilijke relatie met haar vader en het feit dat ze vorige week ineens met een hartstilstand in het ziekenhuis lag, gaat de knop pas weer “uit”. Een klein uurtje van de stilte genieten later stap ik de hitte van de Chota-vallei in, waar het enorme bord met “El Juncal” me vertelt dat ik tenminste voor de verandering eens ben uitgekomen waar ik moest zijn. Ook wel eens leuk. 
 
Het hele dorp heeft zich verzameld rond de centrale T-splitsing, waar groot en klein op het ritme van de bomba danst die knetterhard door de enorme boxen aan de kant van de weg over het asfalt schalt. “Aan de kant van de weg” is echter wat ruim uitgemeten, en in plaats van de boxen een metertje achteruit te zetten, zijn er als waarschuwing pionnen omheen gezet, die samen met de midden op straat geparkeerde auto´s een enorme verkeersopstopping veroorzaken. Maar de automobilisten en buschauffeurs zijn blijkbaar aan ergere dingen gewend, want er is er niet één die toetert (ondenkbaar in Quito). 
 
Mijn gastvrouw Olga staat in al die drukte onder een partytent colada morada te verkopen voor het goede doel, haar organisatie voor en door de Afro-Ecuadoriaanse gemeenschap die werkt aan kunst en cultuur, vooral door middel van Afrikaanse dans en muziek, erkenning van de geschiedenis en de identiteit van de afrodescendientes, en verbetering van het onderwijs en de toekomstmogelijkheden voor de lokale jeugd. Dat is namelijk een jeugd die van twee dingen droomt: politieman of profvoetballer worden. Of eigenlijk drie, als je bende-leider worden meetelt. Olga´s droom is om dat te veranderen en om het voor de gemeenschap mogelijk te maken om inkomsten te genereren door verschillende aspecten van hun cultuur op verschillende manieren te presenteren aan bezoekers en geinteresseerden binnen en buiten Ecuador. 
 
Het zoete mengsel van sap, rood en paars fruit en kaneel, dat samen met twee gefrituurde deegrondjes wordt geserveerd, vult met gemak het gat dat mijn gebrek aan lunch heeft achtergelaten. En terwijl de families nog steeds met plastic bloemenkransen en voedselvoorraden af en aan lopen naar het kerkhof en het getoeter toeneemt door een combinatie van alcohol achter het stuur en de haast om vóór het donker thuis te zijn, help ik nog snel mee om alle deegrondjes te rollen en te frituren voordat de duisternis ons het werk en de verkoop onmogelijk maakt. 
 
De volgende morgen gaat de busrit naar de grensstad Tulcan zo soepel dat ik ruim de tijd heb om een slaapplaats te zoeken en wat rond te wandelen in het stadje, waar het ontspannen rondlopen is in de gezellige drukte overdag. Al hoorde ik later dat je ook hier nogal op je hoede moet zijn. Nou ja. Volgens mijn reisgids is het cementerio zeker een bezoekje waard. Ach ja, als we dan toch massaal de doden aan het bezoeken zijn... En eerlijk gezegd voelt het niet eens heel raar om daar tussen alle families, de lange rijen in figuren gesnoeide reuzen coniferen en de soms wel tien verdiepingen hoge muren met grafkisten erin rond te lopen. De zee van bloemen en kleuren, de spelende kinderen in zondagse kleren en de groene heuvels op de achtergrond maken dat de dankbaarheid voor het leven het respect voor de dood mooi in balans houdt. 
 
Mijn bed is heerlijk zacht (waar dat in Quito me na meer dan zes uur slaap spontaan rugklachten geeft) en ik heb al maanden geen televisie gekeken, dus ik maak het me gemakkelijk en ik kijk een Disneyfilm voordat ik mijn wekker zet en het licht uit doe. 
 
De volgende morgen leer ik al vroeg het concept van collectieve taxi´s kennen, even simpel als geniaal: een taxi rit van vier dollar gedeeld door vier personen is een dollar. Ik stempel “uit” Ecuador, loop over de brug van het Niemandsland, stempel “in” Colombia en neem weer zo´n taxi met vreemden naar het centrum van de grensstad aan de Colombiaanse kant, Ipiales. Er zijn een paar militairen die met hun machinegeweren bungelend over hun schouder even weinig te doen lijken te hebben als hun Ecuadoriaanse collega´s van de politie, maar de activiteit op straat bestaat vooral uit het niet bijzonder opwindende schoenen en spijkerbroeken verkopen en dollars voor pesos wisselen. Al heeft iedereen me gezegd dat ook hier de schijn van de rust bedriegt. 
 
Ik wandel naar het plein waar de collectivos vertrekken naar het Sanctuarium Las Lajas: een gebouw op een lokatie waar menigeen Disney-tekenaar (als we het dan toch over Disney hebben) inspiratie uit op zou kunnen doen. De achterwand van de kerk is helemaal uit de achterliggende rotswand gehouwen en op de rand van de prachtige brug met immense bogen over de rivier staan witte engelen met muziekinstrumenten die de bezoekers verwelkomen. Recht tegenover de brug klettert vanaf de groene heuvels een waterval op de rotsen, die uitkomt in de rivier die zich helemaal daar beneden als een smalle sliert door de bergen een weg baant naar lager gelegen gebieden. 
Als ik weer omhoog geklommen ben, maak ik kennis met het nadeel van collectivos op niet-toeristische dinsdagmiddagen: na een uur wachten zijn we nog maar met zijn tweeën. Maar we halen het toch weer terug naar Ipiales, zij het dan voor twee dollar in plaats van één. 
En ik dacht: stempel “uit” Colombia, de brug over, stempel “in” Ecuador, gewoon andersom dan op de heenweg, en dan een taxi naar de bus en de bus naar huis. Easy! 
 
Maar de vrouw bij immigratie kijkt wat moeilijk als ik haar mijn paspoort geef. Het is nooit een goed teken als iemand bij immigratie moeilijk kijkt als je hem of haar je paspoort geeft. Zo ook nu. “Je hebt nog drie dagen op je vrijwilligersvisum, dus ik kan je geen aankomststempel geven. “ Eeehm, nee? “Nee, want dit visum is nog steeds geldig, en anders is het dubbel, en daar krijg ik dan problemen mee.” Je bedoelt … dat ik alleen op de exacte datum dat mijn visum afloopt de grens over mag (en moet) steken? Dat lijkt haar toch ook wat onwaarschijnlijk, dus ze gaat het even aan de Grote Baas van immigratie Ecuador vragen. Het zijn nooit gemakkelijke zaken die aan de Grote Baas van immigratie gepresenteerd moeten worden. Zo ook nu. 
 
Maar al zijn de formaliteiten dan ingewikkelder dan gedacht, de Grote Baas is een vriendelijke, wat warrige man die mijn ervaring in Ecuador en de verschillen met Nederland heel wat interessanter lijkt te vinden dan mijn papieren. En of het nu door het magische woord “vrijwilliger” komt, of door mijn dringende vraag om me, als ze dan niet kunnen stempelen, dan tenminst een verklaring op papier te geven waarin staat dat ze me bij het verlaten van het land geen boete mogen geven omdat mijn vrijwilligersvisum is verlopen, het mooie van hier is dat als iets niet kan, het vaak toch wel kan. 
 
En dus sta ik even later met een hartelijk “goede reis gewenst” en een aankomststempel met de datum van vandaag in mijn paspoort weer buiten. Welkom (terug) in Ecuador. Op zoek naar een collectivo. Pfiew. 
 

Deze blog is deel van mijn project Imagine all the people. Voor dit project werk ik voor een paar jaar in verschillende landen als vrijwilliger en schrijf ik regelmatig een stukje over mijn ervaringen. Op die manier wil ik mensen met elkaar in contact brengen, ze nieuwsgierig maken en hun blikveld een beetje verruimen zodat ze zich wat meer bewust worden van hun positie in die wereld. Zo wil ik proberen de wereld een beetje beter te maken en anderen te inspireren om op hun manier hetzelfde te doen. 

Doe mee! :D Like de facebook pagina, deel de verhalen of doe een donatie en ... nou ja, spullen kun je niet winnen, maar je wordt wel deel van deze "olievlek" van positieve bewustwording die dankzij jou een beetje groter wordt! Dat is ook een beetje winnen, toch? :P Alvast bedankt! (Facebook: www.facebook.com/pages/Project-Imagine-all-the-people/210147532462086)
 
Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.