Hallo Ghana, Akwaaba! - 6 oktober 2012

Zo… het avontuur is begonnen. Ik wist niet dat het aantal indrukken dat iemand kon hebben in een paar dagen tijd zo hoog kon zijn. Ik weet niet aan hoeveel mensen ik inmiddels ben voorgesteld en bij hoeveel gezinnen ik even langs moest gaan, waaronder een Nederlands gezin waar ik heerlijk plat Nederlands kon praten. Ghana voelt als een grote familie. Alles is ook één grote familie. Waar wij in Nederland met ons gezin wonen en op redelijk jonge leeftijd het avontuur ergens anders gaan zoeken voor onze studie of voor werk, blijven de meeste leden van het gezin in Ghana thuis wonen. Dus opa´s, oma´s, ooms, tantes, neven, nichten, broers en zussen en daarbij ook nog eens de altijd welkome gasten, vrienden, kennissen of andere al dan niet gerelateerde mensen.

Op het moment verblijf ik bij het broertje (Lovans) van de baas (Samuel) van de organisatie waarvoor ik ga werken. We wonen in een klein huisje met een binnenplaats. Gezien Lovans in Accra werkt en daar de hele werkweek verblijft en zijn vrouw ook werkt helpen er twee dienstmeisjes mee in het kleine huishouden en vooral met het verzorgen van de twee kinderen van een en drie jaar. Dat de meeste mensen geen stromend water hebben in Ghana wist ik, dat ik de komende tien dagen in het huis van Lovans zelf ook geen stromend water heb is wennen, maar alles went.

Inderdaad, alles went vast op den duur. Wat een verschillen. Waar wij soms last kunnen hebben van muizen, zie je hier af en toe een hagedis wegrennen. Waar wij een appelboom hebben, hebben zij uiteraard een bananenboom. Hier hou ik nog wat gepaste afstand van, gezien de spinnen die hierin kunnen zitten. De spinnen verschillen inderdaad ook met de Nederlandse spinnen (alleen al wat betreft hun grootte, laat staan hun gif(tanden)). Anyway, de eerste dagen heb ik doorgebracht in Accra bij een gastgezin. Hier werd ik hartelijk ontvangen. Zij hadden wel een douche, zonder warm of koud waterknop uiteraard. Met de buurjongen van het gastgezin heb ik de stad verkend en even gezwommen in de oceaan. Onderweg werd ik voor het eerst ten huwelijk gevraag waarop ik vriendelijk zei nee. De dame in kwestie was bijzonder teleurgesteld. Daarna nog even met locals op trommels gespeeld en ’s avonds rijst en tja ik weet niet precies wat voor een vlees gegeten. De dag erna was het tijd voor de busreis naar Kumasi, onder de rook van deze stad zal ik grotendeels mijn tijd doorbrengen. In de busrit, die ongeveer zes uur zou kunnen duren, werd meteen en dvd aangezet. Lekker om de tijd te doden. Ik had echter niet verwacht dat we een film gingen kijken met Rutger Hauer. Bij aankomst op het busstation in Kumasi verwachtte ik dat de partnerorganisatie waarvoor ik ga werken me op zou komen halen. Eenmaal uitgestapt en 100 taxi’s te hebben afgewezen zag ik niemand van de organisatie. Op dat moment voelde ik me wat verloren, te meer omdat de taxichauffeurs bleven aandringen, zelfs toen ik zei dat ik de organisatie ging bellen waar ze bleven, bleven de chauffeurs hangen om de uitkomst van het gesprek af te wachten. Uiteindelijk kwam het neer op een misverstand, ik was eerder in Kumasi dan verwacht, of de organisatie later. Het is maar hoe je het bekijkt in Afrika. De baas van de organisatie, een hele aardige en goedlachse man, gaf aan mijn telefoon aan een taxichauffeur te geven, zodat hij kon uitleggen waar hij heen moest en hoeveel Cedi de rit zou kostten. Uiteraard kon dit niet met één gesprek, maar waren hier drie of vier belletjes met mijn telefoon voor nodig. Eenmaal op de plek van bestemming was de baas nog op een meeting, met onder andere een aantal NGO’s en ministers. Derhalve kreeg ik een rondleiding over het terrein van KITA door een van de managers. KITA is de organisatie waarvoor ik ga werken. Het staat voor Kumasi Institute of Tropical Agriculture. Dit instituut promoot, in een notendop, duurzame en organische landbouw. Door een aantal studenten van het instituut is er een duurzaam ontwikkelingsplan opgesteld en het is mijn taak dit plan verder uit te werken, te onderzoeken wat er wel en niet goed is aan het plan, te bekijken wat er aan moet worden toegevoegd en uiteindelijk ook of het plan draagvlak krijgt buiten de muren van het instituut. Dit laatste is een van de moeilijkste taken, maar door de onderlinge samenwerking tussen KITA en omringende boerderijen en door workshops die KITA aanbiedt aan boeren uit de omgeving is er een kans van slagen. Vrijdag heb ik de hele dag doorgebracht met Samuel. De goedlachse Ghanees die duidelijk geniet van zijn werk. We hebben mijn ideeën besproken, onduidelijkheden binnen het huidige rapport doorgenomen en grofweg bekeken hoe we de komende tijd invullen.

In eerste instantie was het de bedoeling dat ik op de campus zou verblijven in de eerste maand en bij een gastgezin in de tweede maand. Dit bleek niet helemaal zo te zijn. Nu verblijf ik dus bij Lovans, over ruim een week ga ik bij een vriend van Samuel slapen die hij ‘West-Afrika’ noemt. Daar hebben ze gelukkig wel stromend water en een douche. Uiteindelijk zal ik aan het eind van mijn verblijf bij een iets primitiever gezin gaan wonen, om ook die omstandigheden te ervaren. Gisteren zou ik een kijkje gaan nemen bij West-Afrika thuis; Samuel zou me rond 11.00 uur oppikken. Elke tijdstip voor een afspraak hier in Ghana is een indicatie, dus ik wist dat 11.00 uur gerust 15.00 uur zou kunnen worden. Het komt echter ook voor dat de afspraak niet meer doorgaat, zonder dat dit wordt gecommuniceerd, zoals gister. Ook zo is Afrika.

Dan, ondanks dat Engels de moedertaal is spreekt iedereen zijn of haar eigen taal in elke regio. In mijn regio, de Ashanti regio, praten ze net weer iets anders dan in de Greater Accra regio. En praten is zacht uitgedrukt, elke vrouw hoor je schreeuwen en gesprekken worden gerust over lange afstanden gehouden, zonder telefoon… Daarnaast wordt er veel binnensmonds gemompeld als ze volgens mij ‘ja’ bedoelen. De kinderen krijgen wel Engels op school en tot nu toe is converseren met iedereen relatief eenvoudig. Deze kinderen worden echter niet in een kinderwagen vervoerd, maar op de rug van de moeder, gewikkeld in een doek. Wat ook anders is, is bijvoorbeeld een taxirit. Dat deuren niet helemaal dicht kunnen is de normaalste zaak van de wereld, net als dat het stuur zelf niet recht hoeft te staan als de auto wel recht staat. Wegen kunnen in een keer ophouden en als een medewerker van KITA vraagt of ik meega de dieren voeren is de normaalste zaak dat we struisvogels, een antilope of twee krokodillen gaan voeren. Iedereen groet elkaar hier, zwaait naar elkaar, zingt in zichzelf of danst op straat of gewoon in het huisje waar ik verblijf. Nouja, iedereen is overdreven, maar dit zie je niet in Nederland. Waar we in Nederland ook raar opkijken als er iemand naast je komt zitten in een lege bus, is dat hier heel gewoon, net als dat hij tegen je begint te praten. Een ander interessant punt is de rolverdeling tussen verschillende mensen van het land. Hoe ouder je bent hoe meer te zeggen je hebt en hoe meer gelijk je hebt. Ongeacht of je daadwerkelijk gelijk hebt of niet. Daarnaast zijn gasten (zoals ik) iets waar alle aandacht naartoe moet gaan. In het huis waar ik nu verblijf wordt er raar opgekeken als ik mijn bord na het eten terugbreng naar de keuken of als ik het hek openmaak zodat de auto er doorheen kan. Zeker gezien het feit dat dat de taak is van de huismeisjes. Het is lastig om ergens te helpen, soms zeggen ze ok, meestal zeggen ze dat het goed zo is.

Terwijl ik dit typ probeert het drie jarige zoontje van Lovans, Kofi (die mij uncle Vincent noemt), de internet USB-stick eruit te trekken en speelt er op de achtergrond een dvd met ABC liedjes die ik hem probeer te leren. Uiteraard is de USB-stick veel interessanter dan een dvd met liedjes en tekenfilmpjes… net zoals mijn lichtgevende horloge zo interessant was voor de Kofi ‘the troublesome boy’ uit het gezin uit Accra dat hij daar uren zoet mee was.

Ik denk dat ik nog de helft van de dingen die ik heb meegemaakt ben vergeten op te noemen hier, zoals het proeven van zelfgemaakte palm wine, het bezoeken van een gospel kerkdienst, het op zijn zachts gezegd bijzondere eten of ‘Obruni’ (witte man) genoemd worden door elk kindje dat daarna vriendelijk zwaait en lacht.

Straks ga ik premier league wedstrijden kijken in het winkeltje van de huisvriend van Lovans en morgen ga ik echt beginnen bij KITA.

Tot zo ver voor nu!

ps. Gezien de slechte connectie in het huis van Lovans, ondanks de USB-verbinding, krijg ik het bericht vandaag in plaats van gisteren online.

pps. Het is inmiddels dinsdag geworden…

Add this content to my World Supporter Magazine

Contributions

Blog of Vincent

Access level of this page

  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private